Sunday, April 02, 2006

 

De schildersfamilie (Van) Ruysdael uit Naarden

----------------------------------------------------------

De afgelopen zomer hing op de tentoonstelling in het Vesting Museum het schilderij ‘Landschap met kerk van Naarden’ uit 1643 van de Naarder Salomon van Ruysdael (ca 1600-1670). Van zijn beroemde neef Jacob van Ruisdael (1628/29-1682, hij schreef zijn naam altijd met een i in plaats van een y) was in dezelfde zomer in het Rijksmuseum op de tentoonstelling ‘De Glorie van de Gouden Eeuw’ een gezicht op Naarden uit 1647 te zien, dat voor deze gelegenheid geleend was uit de collectie Thyssen-Bornemisza. Alhoewel Jacob geen Naarder van geboorte was, moet hij Naarden, waar zijn vader Isaac (1599-1677) geboren was, goed hebben gekend.
Dat de Van Ruysdaels van Naarden afkomstig zijn, is al lang bekend. Het was in 1889 de aanleiding voor de gemeenteraad om het plein voor de Utrechtse Poort naar de schildersfamilie te vernoemen. Inmiddels is er echter wat meer bekend over de afkomst en naamgeving van de familie van de schilders. Frans de Gooijer deed er onderzoek naar. (red.)
Omstreeks 1590 verhuisde ene Jacob Jansz van der Graft van Blaricum naar Naarden. Zijn achternaam kan in verband gebracht worden met ‘t Slot te Blaricum dat in die tijd bekend stond onder de naam ‘De Graft’. Het Slot was een aanzienlijk huis dat in de Bouwvenen aan de Gooiersgracht stond. Nog steeds heeft het dorp Blaricum zijn Slotweg met een weiland dat de naam ‘t Hoge Slot draagt. De eerste eigenaar was de Amsterdamse burgemeester (1483) Dirck Heymansz Ruysch (1). Naar hem werd later het huis Ruysdael genoemd. Bij het huis hoorde een pachtboerderij. Het huis moet in het begin van de 18e eeuw zijn gesloopt. In 1722 wordt alleen nog de pachtboerderij genoemd. Om die boerderij gaat het nu, want waarschijnlijk stamt de familie Van Ruysdael af van een van de pachters van ‘De Graft’ of ‘Ruysdael’.
Terug naar Jacob Jansz met de toenaam ‘Van der Graft’ (2), die uit een Blaricums geslacht van dorpsnotabelen stamde. Toen hij zich omstreeks 1590 in Naarden vestigde, nam hij de naam De Goyer aan. Jacob was een welgesteld meubelmaker, die spoedig binnen de stad een aantal woningen bezat. Alhoewel hij kiesgerechtigd was, mocht hij als doopsgezinde geen bestuursfunctie bekleden. Waarschijnlijk werden zijn zonen Jacob, Hermanus, Gerrit, Pieter, Salomon en Isaac geboren in zijn huis in de Peperstraat.
Na het overlijden van hun vader in 1616 vertrokken Salomon en Isaac naar Haarlem. Het huis in de Peperstraat bleef bewoond door de oudste zoon Jacob Jacobsz (ca. 1594-1656), die eveneens meubelmaker was. Amper volwassen, behoorde Jacob junior in 1619 tot de kiesgerechtigden. Bovendien was hij toegetreden tot de Gereformeerde kerk. Daardoor stond ook een bestuursfunctie voor hem open. Al een jaar later staat hij geregistreerd als schepen van de stad. Bij zijn nieuwe status hoorde ook een nieuwe naam en vanaf die tijd noemde hij zich Jacob van Ruysdael. Jarenlang zou hij, met enkele onderbrekingen, het schepenambt vervullen. Mogelijk ging hij daarom in 1631, op stand, in de Vrouwenstraat wonen. In 1651 trad hij tot de bij de elite in trek zijnde Waalse kerk toe (3). Vijf jaar later overleed hij.
Salomon en Isaac namen in Haarlem in navolging van hun oudste broer ook de naam Van Ruysdael aan. Het is duidelijk dat deze naamsverandering in verband stond met hun afstamming van een van de bewoners of pachters van het huis Ruysdael. Mogelijk diende de nieuwe naam ook ter onderscheiding van de overige familietakken. In Blaricum splitste het geslacht Van der Graft zich bijvoorbeeld onder meer op in de Rooms katholiek gebleven families De Goijer en Creijnen.
Salomon van Ruysdael werd in 1623 opgenomen in het Haarlemse schildersgilde. Zijn eerste werken, zoals ‘Het landschap met kerk van Naarden’, zijn wat gelig van toon. Daarna zien we grijsgroen overheersen en uiteindelijk worden zijn schilderijen donkerder en grauw. Kenmerkend zijn zijn landschappen met bomen en een enkele boerenhoeve aan de oever van een rivier, meer of plas. Ook zijn winterlandschappen zijn bekend. Salomon overleed in 1670 en werd in Haarlem begraven.
Isaac van Ruysdael oefende in Haarlem het beroep van lijstenmaker uit. Daarnaast was hij kunsthandelaar en ook hij schilderde. Van hem zijn dorpsgezichten en duinlandschappen met bomen bekend. Na 1634 woonde hij samen met Jan van Goyen. Vermoedelijk werd uit zijn huwelijk met Mayken Cornelis zijn zoon Jacob geboren, die de beroemde landschapschilder werd. Isaac overleed in 1677 en werd eveneens in Haarlem begraven.
Jacob (1628/29-1682) is wellicht een leerling geweest van zijn oom Salomon. Beroemd zijn, naast zijn Scandinavische rotspartijen en watervallen, Hollandse en Westfaalse landschappen. Behalve zijn vermaarde vlakke landschappen en vergezichten nabij Haarlem, dateren zijn meesterwerken van omstreeks 1660-1675. Daarna treedt achteruitgang in. Hij behoort om zijn vroege werk tot de grootste schilders van het landschap en heeft grote invloed gehad op de 19e-eeuwse schilders. Ook hij werd in Haarlem begraven.
Zowel Salomon als zijn neef Jacob bleven de streek van hun afkomst trouw. Waarschijnlijk logeerden zij regelmatig bij hun familielid (broer en oom) in Naarden. Van daaruit trokken ze ‘t Gooi in om inspiratie op te doen voor hun schilderijen. Ook het stadje Naarden werd zo meerdere malen vastgelegd. Men meent dat Jacob ook ‘t Slot Ruysdael heeft geschilderd. Twee van zijn schilderijen zouden dat huis kunnen voorstellen. Het ene heet ‘Weids landschap met kasteelruïne’ (Vue en Gooiland), waarop een kerktoren staat gelijkend op die van Blaricum. Het andere, waarschijnlijk geschilderd omstreeks 1670, wordt ‘Winterlandschap’ genoemd en heeft de voorstelling van een zwaar torenachtig gebouw met daarnaast een groot huis met rieten dak.
Het laatst genoemde schilderij komt het meest in aanmerking als voorstelling van ‘t Slot Ruysdael met de boerderij. Het bewijs leveren is moeilijk, hoewel de afbeelding enigszins overeenkomt met de tekening van het ‘t Slot op de Ronde Kaart van Gooiland (4).
Tot in de 18e eeuw hebben er in Naarden nog nazaten van de familie Van Ruysdael gewoond. Jacob, de Naardense schepen, trouwde driemaal, maar van zijn kinderen weten we vrijwel niets. Broer Hermanus liet ook geen sporen na. De jongste broer, Pieter, vertrok uit Naarden en vestigde zich onder de naam De Goyer als lakenkoopman in Alkmaar. Alleen broer Gerrit liet dankzij zijn kinderen nog wat sporen in de archieven na. Zo bezaten klein- en achterkleinkinderen van hem onder de naam ‘Ruisendaal’ enkele huizen in de vesting (5).
___________________________
Noten:
1. Ruysch overleed in 1509. Zijn dochter Katrijn Ruysch trouwde in 1491 met Gerrit Benningh die in 1498 Raad van Amsterdam was. Het echtpaar bewoonde in 1526 waarschijnlijk ‘t Slot en na hen volgde hun zoon Jan. De laatste van deze familie die daar woonde was Jan’s zoon Gerrit, die in zijn functie van Raad van Utrecht ook wel Gerrit Goyertsz werd genoemd. ‘t Slot wisselde daarna steeds van eigenaren, waaronder de bekende families Stachouwer en Taats van Amerongen. In 1695 werd Ruysdael verkocht aan Adriaan Tijmensz Blom uit Eemnes. Uit een verkoopakte van 1722 blijkt dat het ‘t Slot verdwenen is. Alleen de huismanswoning met erf, grachten, boomgaard en tuin worden nog genoemd. (Zie: De eigenaars bewoners van het Slot Ruysdael in TVE 1975, jrg. 5 van ir. P.W. Vrijlandt.)
2. Ter aanvulling op de patroniemen van de pachtboeren van Ruysdael werd in de Doop-, Trouw- en Begraafboeken en Oud-rechtelijke akten van Blaricum (aanwezig in Streekarchief Hilversum) vaak vermeld: ‘woont op ‘t Slot’, ‘van ‘t Slot’, of ‘woont op Ruysdael’. Twee voorbeelden: overleden 1729 ‘Jannetje van ‘t Slot’; verkoopakte uit 1660 ‘ Rut Jansz woont op Ruysdael’. Het is begrijpelijk dat sommige pachters of hun nakomelingen uiteindelijk een toenaam aannamen die verwees naar Ruysdael. (Zie: Het Slot Ruysdael gelegen onder de Naarder Ban, F.J.J. de Gooijer, in Med. Blad Hist. Kring Blaricum, 1996.)
3. Le denombrement de Quelques Citoyens de La Religion demeurans en la Ville de Naerden. (Zie: Stad en Lande Archief. Resolutieboek inv. nr. 458.)
4. Op de grenskaart uit 1719 met een schaal van 1 : 2800 (ARA, collectie Hingman nr. 2594, Goylandt met de nieuwe limietschijding tussen Goylandt en het Sticht van Utrecht), staat bij het opschrift ‘Ruysdael’ een T-vormige plattegrond met de werkelijke afmetingen van circa 22 x 20 m. Aan de hand van deze kaart heeft men in 1974-‘76 de fundamenten opgegraven. Omdat men hier van oudsher stenen had opgegraven om voor wegverharding te gebruiken, bleken de funderingen zeer verstoord. (Zie: Verslag opgraving van het Huis Ruysdael, S. Pos.)
5. Gerrit Ruysdael had, via zijn zoon Jan, een kleinzoon Aert die in 1688 Rooms katholiek huwde met Aafje Jans. In 1717 bezat en bewoonde dit echtpaar een boerderij in de Bussumerstraat (de in 1967 afgebroken nrs. 27,29 en 31). Uit hun huwelijk zijn twee zonen bekend Quilielmus (Willem) en Jan. Zij erfden na het overlijden van hun ouders een aantal huizen in de vesting. Willem werd pastoor te Muiden. Jan Aertsz, die zich Ruisendaal noemde, overleed in 1726 en liet aan zijn kinderen Aart en Emerentia onder meer een huis in de Peperstraat en de boerderij in de Bussumerstraat na. Aart kocht van zijn ‘heeroom’ Willem een huis en grutterij in de Gasthuysstraat met een achterom naar de St. Annastraat (nu Turfpoortstraat 8). Als erfgooier liet Aart soms een of twee paarden op de meent grazen. Mogelijk gebruikte hij ze voor een rosmolen in de grutterij. Hij trouwde te Muiden in 1732 met Gertrudis Rijcken de Beer en overleed in 1781. Van hem zijn geen afstammelingen bekend.
___________________________________________________
DE OMROEPER , 2001, jrg. 14, nr. 1
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/

Voor afbeeldingen en foto's, zie:
http://gooiland.vijftigplusser.nl

___________________________________________________
Aanvulling:
Voorjaar 2002 was er in het Frans Halsmuseum te Haarlem een tentoonstelling van een aantal schilderijen van Jacob van Ruisdael. Ook hing daar een schilderij van Isaack van Ruysdael met de titel: Stadsgezicht binnen de Vesting Naarden uit 1646. Uit een onderzoekje bleek dit stadsgezicht geschilderd te zijn vanaf de achterzijde van een huis aan de Peperstraat. Mogelijk groeide Isaack op in dit huis.
______________________
F.J.J. de Gooijer
______________________________________________________________

Labels:


This page is powered by Blogger. Isn't yours?